Criteria volgens Gillberg

Geplaatst op maandag 12 februari 2001 @ 08:56 , 379 keer bekeken

Hieronder volgen de classificatiecriteria voor het Asperger Syndroom, zoals gebruikt door Gillberg & Gillberg (1989), en nader gespecificeerd in Gillberg (1991): Een belangrijke handicap op het gebied van wederzijdse sociale interactie, zoals blijkt uit minstens twee van de volgende: - een onvermogen om met leeftijdgenoten te spelen of om te gaan - een gebrek aan normale behoefte om met leeftijdsgenoten te zijn - gebrek aan gevoeligheid voor sociale signalen, resulterende in - vreemd, sociaal of emotioneel onaangepast gedrag, meestal door anderen gezien als "koud", "stijf", "bot of onvolwassen", "extreem egocentrisch", of "overdreven geacteerd gedrag" (zoals in hele oude films). Een allesomvattende nauwe interesse, bijvoorbeeld Griekse mythologie, meteorologie, astronomie, welke interessen overigens door de jaren heel wel mogen verschuiven, maar opvallend blijven, zoals blijkt uit minstens 1 van de volgende: - uitsluiting van andere activiteiten - steeds dezelfde activiteiten herhalen - meer de dingen uit het hoofd kennen dan de betekenis ervan doorzien Het opdringen van routines en interesses, minstens 1 van de volgende: - aan zichzelf, met betrekking tot het leven van alledag, - aan anderen Spraak- en taalproblemen, minstens drie van de volgende: - vertraagde taalontwikkeling, vergeleken met de te verwachten ontwikkeling in relatie tot zijn sociale achtergrond; - oppervlakkig perfecte expressieve taal - formele, pedante taal - vreemd stemgebruik, vaak staccato of monotoon - gebrek aan begrip van de inhoud, met verwarring van figuurlijke/letterlijke betekenis. Non-verbale communicatieproblemen, blijkende uit minstens 1 van de volgende: - miniem gebruik van gebaren - onhandigheid van lichaamstaal - weinig gebruik van de gelaatsuitdrukking - gelaatsexpressies die niet horen bij de situatie - een opvallende, starende blik Een motorische onhandigheid, zoals naar voren komt uit het ontwikkelingsneurologisch onderzoek. De Gillberg criteria doen expliciet geen uitspraak over het IQ. Gillberg & Gillberg (1989) schatten dat ongeveer 1 a 2% van de kinderen met een mentale handicap lijden aan het Asperger Syndroom en dat het per 10000 normaal intelligente kinderen ongeveer 10 a 26 keer voorkomt (0.1 tot 0.3%). Ik heb dit artikel gevonden tijdens het surfen naar informatie dus niet zelf geschreven maar over genomen. De auteur van dit artikel is J.H. Jessurun.


Welkom bij Clubs!

Kijk gerust verder op deze club en doe mee.

Wat is dit?


Of maak zelf een Clubs account aan: